Natuurcoaching is net als het bewustzijn

Wat is dat eigenlijk: natuurcoaching? Is het een uitbreiding op wandelcoaching? Zit het in de hoek van wicca en sjamanisme? Is het heel aards en concreet? Gaan we terug naar de basis van het leven of is het zweverig? Tijdens natuurcoaching ontstaan processen die niet fysiek aantoonbaar zijn, maar die onmiskenbaar soepel en snel tot inzichten en doorbraken leiden.

logo-zonderr-underline

Ik noem mezelf natuurcoach, maar ik aarzel soms toch over dit etiket. Het aardse spreekt me aan, het wandelen in de natuur heeft op mij en op iedereen waarmee ik ben wezen lopen, min of meer hetzelfde effect. Ik word stil van binnen, emoties worden lichter en ik kom vaak tot nieuwe inzichten. Maar natuurcoaching is meer dan wandelcoaching: de natuur spiegelt, het is een metafoor voor het proces waar je in zit. Wie uitlegt wat natuurcoaching is, gebruikt termen als energie en synchroniciteit. Je voelt een soort energie, er is een bijzonder contact tussen mens en natuur. Synchroniciteit betekent dat wat jij nodig hebt om een vraag of probleem op te lossen, je ‘als vanzelf’ toevalt. Je krijgt precies wat je nodig hebt.

Ik wik en ik weeg. Aan de ene kant voel ik wel dat het klopt, omdat ik het zelf heb ervaren, aan de andere kant ben ik wars van alles wat mij ‘vaag’ voorkomt. Ik hou me verre van alles wat neigt naar magie en hekserij. Ik ben een sterk aanhanger van ontwikkelingstheorieën zoals die in de spiral dynamics en door Ken Wilber zijn neergezet: magie hoort bij een bepaalde leeftijd en ontwikkelingsfase: oude volken zagen onweer als woede van de goden – de Egyptenaren hadden Seth, de Grieken Zeus, de Romeinen Jupiter en de Noren Thor. Inmiddels weten we beter – de wetenschap heeft de het magisch denken uit onze samenleving verdrongen.

Idealisten

Toch zijn er dingen die we nog niet kunnen verklaren. Een van de grootste mysteries is het bewustzijn. De wetenschap is verdeeld in twee kampen. De ene groep, de idealisten, zeggen dat we de wereld weliswaar als materieel, concreet, ervaren, maar dat dat niet meer is dan een constructie van ons bewustzijn. Alles is bewustzijn, waarneming of energie. Als we dood gaan, sterft ons bewustzijn niet.

Jimmy, geef antwoord!

“Jimmy, geef antwoord!”

Er duiken geregeld berichten op in de media, die de theorie zou bevestigen. Er schijnen mensen te zijn die de zwaartekracht met succes hebben weten te tarten. En ze claimen dat de kwantummechanica hun theorie bevestigt: het waarnemen zelf bepaalt de uitslag van een experiment.

Maar wat maakt dan dat we allemaal, tegelijk, bepaalde dingen kunnen zien of ervaren? Waarom ervaren we allemaal, die enkele (niet-bewezen) uitzonderingen daargelaten – zwaartekracht? Waarom zien we allemaal min of meer hetzelfde plaatje als we het over de Eiffeltoren of het vrijheidsbeeld hebben? Is dit een collectief bewustzijn of is er toch een materiële wereld?

Materialisten

Het andere kamp bestaat uit de materialisten. Zij zoeken het bewustzijn in de hersenen – het moet zich ergens bevinden of het moet zich op een specifieke plaats afspelen. Zij geloven niet dat het bewustzijn ‘op zichzelf’ kan bestaan, het moet aanwijsbaar zijn. Echter, in de hersenen kunnen wel diverse functies worden gelokaliseerd, maar het bewustzijn, iets wat zich op een centrale plek in de hersenen zou moeten bevinden, is nog niet gedetecteerd. Hoe meer er wordt onderzocht en verklaard, hoe duidelijker wordt wat er ontbreekt: het bewustzijn.

Zou het bewustzijn wel bestaan? Wat verklaart het bestaan van unieke waarnemingen? Hoe kan het dat herinneringen verschillend zijn, dat getuigenverklaringen niet betrouwbaar zijn, dat iedereen een andere ervaring heeft bij het drinken van een mooi glas wijn? Deze subjectieve ervaringen kunnen niet worden gelokaliseerd in de hersenen. Waar vinden deze processen dan wél plaats?

waar zit het bewustzijn in ons brein?

Als iets niet bewezen is, bestaat het niet?

Er is veel geschreven over de twee stromingen en zolang het mysterie van het bewustzijn niet is verklaard, zal er nog veel meer over worden geschreven. De kwestie leidt ondertussen tot een polarisatie, waarbij het idealisme in de verdomhoek is gezet. Het materialisme is gemeengoed geworden in de wetenschap en heeft afgerekend met veel niet-bewezen theorieën, waaronder het scheppingsverhaal. Wat niet wetenschappelijk aangetoond kan worden, bestaat niet. Hiermee is het kind met het badwater weggegooid.

Het materialisme is – in een zeer ongenuanceerde variant – de algemene maatschappelijke norm geworden. In de loop van de afgelopen vijf eeuwen is er steeds minder ruimte gereserveerd voor onbeantwoorde vraagstukken en voor het intuïtief vertrouwen op processen die niet bewezen zijn. Het boerenverstand is verworden tot quasi-wetenschap. Dit alles doet onrecht aan het vrije denken en het blokkeert de verdere ontwikkelingen.

De laatste decennia is in het Westen een nieuwe beweging op gang gekomen, die langzamerhand een kritische massa lijkt te bereiken. Deze beweging komt voort uit ons gevoel, onze intuïtie, dat de wetenschap ‘platland’ is (tweedimensionaal) en dat er een derde dimensie is waar de wetenschap domweg aan voorbij gaat. Deze intuïtie, dit gevoel dat er meer is, zou voort kunnen komen uit een magisch denken of uit onze diepgewortelde wens dat het leven meer is dan dit leven – dat we niet echt doodgaan als ons lichaam het opgeeft.

Maar er zijn signalen dat er (ook) iets anders aan de hand is. Er komt steun uit een hoek waar we het niet hadden verwacht: de natuurkunde, die steeds verder inzoomt in materie – via moleculen en atomen naar alsmaar kleinere deeltjes – ontdekt dat de uitkomst van een experiment wordt bepaald door het waarnemen ervan. Het is een ingewikkelde theorie, die veel aannames over hoe de wereld in elkaar zit, op losse schroeven zet. Dit filmpje legt de essentie ervan uit:

Wat de boer niet kent, dat vreet ie niet

In de geschiedenis zijn er verschillende doorbraken geweest. Een van de vele was de ontdekking dat de wereld niet plat was, maar rond. Een andere was dat de Aarde niet het centrum was van het heelal. In beide gevallen waren de nieuwe inzichten zeer precair. Erastothenes ontdekte rond 240 voor Christus dat de aarde rond was, maar niemand geloofde hem. Pas toen Columbus niet van de aarde af was gevallen, kwam er ruimte voor dit inzicht. Dat was ruim 17 eeuwen later!

Hetzelfde was het geval met de ontdekking dat de aarde rond de zon draait: Aristarchus beweerde in 260 voor Christus al dat dat het geval is, maar het was in die tijd ondenkbaar dat de Aarde zou bewegen. Copernicus durfde pas op zijn sterfbed (in 1543) de nieuwe theorie te publiceren; hij vreesde voor zijn leven als hij het wereldkundig zou maken. De ontdekking van Copernicus werd niet erkend, maar Galilei pakte het onderwerp op en kwam in de 17e eeuw met harde bewijzen. De kerk verbood publicatie en hij kreeg huisarrest; zijn theorie stond gelijk aan ketterij. Pas na zijn dood is het heliocentrische wereldbeeld geaccepteerd.

de wereld is plat

Onderzoek met een open mind

De lering die ik uit deze voorbeelden trek, is dat het goed is om open te staan voor nieuwe theorieën, zelfs al kan ik er in eerste instantie niets mee of ben ik sceptisch. Dus kan ik ook open staan voor het idee dat er meer is dan de materiële, tastbare wereld, en zal ik dit niet afdoen als zweverigheid. Natuurlijk is het ook weer niet zo dat ik alles voor waar aanneem. Ik neem de tip van Boeddha wederom ter harte:

“Geloof iets niet omdat ik het zeg, maar ga zelf op onderzoek.”

En daar voeg ik de woorden van een van mijn leraren aan toe:

“Vraag niet hoe het kan, maar geniet ervan.”

Die wijze woorden draag ik altijd met me mee. Soms komen ze weer even op. Dan glimlach ik. Ik ben geen wetenschapper, ik ben een voelend wezen. Als het voor mij klopt, dan is het goed. Ik kan op mijn eigen proces vertrouwen. Het maakt niet uit of het bewustzijn in of buiten mij is, of dat het misschien uiteindelijk niet blijkt te bestaan. Ondertussen heb ik kunnen profiteren van mijn beeld van bewustzijn – het een werkzaam wereld- en mensbeeld voor mij. Zo ook, voel ik me tijdens het wandelen verbonden met de aarde of opgenomen in de natuur en ik word er rustig van. Wat maakt het uit of deze verschijnselen wetenschappelijk aangetoond kunnen worden? Het voelt goed, dus wat wil ik nog meer?

Natuurlijk blijf ik alert. Door te mediteren en veel in mijn lijf te checken of alles nog steeds klopt, door steeds opnieuw te kijken en te voelen, weet ik of het een verhaal is geworden dat opnieuw wordt afgespeeld, of dat het – hier en nu – klopt.

is natuurscoaching zweverig?

En is natuurcoaching zweverig?

Ik vind van niet. Maar het hangt er wel van af hoe je het benadert. Er zijn mensen die het hebben over gronden en aarden op een manier die ik zelf kan voelen: stevig op de grond staan, een goede balans. Dat kan ik heel makkelijk testen: als ik op één been ga staan en ik val meteen om, dan zit ik meestal met mijn aandacht in mijn hoofd en ben ik niet hier en nu bezig met het staan op één been. Als ik niet omval maar rustig rechtop blijf staan, zit ik tenminste met een deel van mijn aandacht in mijn voeten en ben ik wél in het hier en nu bezig met het staan op één been. Zo simpel kan het zijn. Maar als iemand mij vertelt dat hij in sommige gebieden in Nederland veel beter kan aarden dan elders en een brok van die ‘goede’ aarde bij zich heeft om mij dat te laten voelen, dan herken ik dat niet. Misschien moet ik die sensitiviteit nog ontwikkelen.

Maar in feite maakt dat ook niet uit. De opdracht voor de coach is om aan te sluiten bij de klant. Als deze alleen lekker wil wandelen en de zon of de wind op zijn gezicht wil voelen, dan is dat goed. En als de klant het heeft over het beter kunnen aarden in een bepaald gebied, dan is dat ook goed. Als coach hoef ik alleen maar aan te sluiten en in contact te zijn met de klant. Ik hoef het niet te begrijpen, ik hoef alleen maar begripvol bij mijn klant te zijn. Open vragen kan ik altijd stellen, als ik maar een open mind heb. En emoties zijn universeel, dus die kan ik altijd meevoelen. De rest is aan de klant zelf; deze bepaalt ook hoe diep de waarnemingen van elementen en energie in de natuur gaan – niet de coach.

Natuurlijk zal ik een klant die alles vanuit zijn hoofd – rationeel – benadert, wel proberen te bewegen om zijn lijf wat meer te voelen of om zijn aandacht wat meer op de natuur te richten. Als het lichaam, gevoel en de natuurlijke omgeving in de vraagstelling worden betrokken, komen er andere antwoorden – en ze komen vaak verrassend snel. Dat kan de klant zelf – in zijn of haar eigen tempo – ervaren. Ik heb nog niet meegemaakt dat het helemaal niet werkt, maar wie weet – voor alles moet een eerste keer zijn, toch?

Meld je aan – ontvang direct 20 praktische tips tegen stress én maandelijks inspiratie in je mailbox!

Gratis ebook:
"20 Praktische Tips tegen Stress"

ezel heeft stress

Facebooktwitterlinkedinmail