Onwetendheid, begeerte en afkeer

boeddhistisch levenswiel - Yama

Deze drie subtiele neigingen van de geest – onwetendheid of begoocheling, begeerte en afkeer – zijn afkomstig uit het boeddhisme en vormen het centrum van het levensrad. De ringen om deze kern van drie subtiele neigingen leggen stap voor stap uit hoe we vanzelf in de greep komen van onwetendheid, begeerte en afkeer.

Eigenlijk komt het erop neer dat je je al in het centrum van het levenswiel bevindt voordat je je ergens van bewust wordt. Sterker nog: veel mensen bllijven daar en laten zich in hun ontwetendheid leiden door afkeer en begeerte. Ze zijn niet gelukkig of kennen slechts korte geluksmomenten.

Hieronder vind je een uitgebreide verklaring van het levensrad. Wat mij betreft is het enige wat echt van belang is, dat je je realiseert dat je hier al middenin zit en dat je daar natuurijk niet voor hebt gekozen. En dat je jezelf daarom niet op je kop hoeft te zitten over het feit dat je deze drie subtiele neigingen hebt.

Het goede nieuws is dat je, als je je bewust wordt van deze mechanismen, kunt besluiten eraan te werken om (af en toe) uit deze vicieuze cirkel te stappen. Hierbij helpen mindfulness en compassie. Kijk voor meer informatie op heartfulness-utrecht.nu.

Het levensrad

Het levensrad bestaat uit een aantal concentrische ringen, die door een afschrikwekkend wezen worden vastgehouden. Dat wezen is Yama, een symbool van de vergankelijkheid.

De buitenste ring beeldt de stappen in de wet van oorzaak en gevolg uit. Daar zullen we ons op concentreren. De buitenste ring bevat 12 schakels, met 12 pictogrammen. Daarin wordt op een strikt analytische manier beschreven hoe we als vanzelf van de ene schakel in de andere komen en daarmee verstrikt blijven in de cyclus van lijden. De oorzaken daarvoor zijn de begeerte van wat wij graag willen, afhouden van wat voor ons ongewenst is of onze onwetendheid (deze drie ‘verduisteringen’ staan afgebeeld in de eerste cirkel in de symbolen van het varken (onwetendheid), de haan (afhouden, agressie) en de slang (begeerte).

De uitleg begint meestal bij de schakel rechtsboven en gaat vervolgens met de wijzers van de klok mee.

Schakel 1. De blinde grootmoeder. Zij staat voor onwetendheid of verkeerd inzicht. Zij is blind voor haar gewoontepatronen en de effecten daarvan. Niettemin schuifelt ze met haar stok voorwaarts. Haar blindheid is niet passief, zij kent een koppige weigering om de dingen te zien zoals ze zijn. Ze heeft een vaste opvatting in de continuïteit van zelf of een solide ego. En daarmee heeft ze een gebrek aan inzicht in hoe het karmische proces werkt. Zoals het edele achtvoudige pad begint met het juiste inzicht, zo begint de keten van ontstaan in afhankelijkheid met onwetendheid.

Schakel 2. De pottenbakker. De pottenbakker vormt de klei tot een pot. Zo creëren wij vanuit onwetendheid in hoog tempo acties om onszelf vorm te geven en resultaten te bereiken. Dat doen we als vanzelf. Om maar iets te doen te hebben. De pottenbakker staat daarmee voor formatie, voor het creëren van patronen die later ons bewustzijn, onze gedachten, gevoelens en waarnemingen bepalen.

Schakel 3. De aap. Deze staat voor bewustzijn. Wanneer wij bij de vorige schakel een vorm gecreëerd hebben om ons leven in te leiden (in de vorm van acties), scheppen we hier door reflectie op de ervaringen die we daarbij opdoen een soort continuïteit. Daardoor lijkt het erop dat wat we kort hiervoor gecreëerd hebben, er altijd al geweest is: zo ben ik nu eenmaal. Het beeld is dat van een aap, die van tak op tak springt, alsof die nooit anders gedaan heeft. En ook nooit wat anders zal doen.

Schakel 4. Naam en vorm. Deze schakel bevestigt de identiteit door er een naam en vorm aan toe te voegen. Het beeld is dat van een boot met passagier. De passagier staat voor de emotionele, discursieve aspecten van de menselijke ervaring die het bewustzijn met zich mee brengt. De boot is de vorm waarin we dat gegoten hebben. Hiermee creëren we een samenhangend geheel met een naam. We hebben een (eerste) individualiteit gekregen. We beginnen echt iemand te worden. Zoals de aap zich nu een aap noemt met als kenmerk dat die van tak tot tak springt zoals een echte aap hoort te doen.

Schakel 5. Een huis met ramen. De ramen staan voor de zes zintuigen. Het boeddhisme kent zes zintuigen namelijk horen, zien, ruiken, proeven, tasten en het mentale aspect (dat de andere vijf coördineert). Nu er een eerste individualiteit ontstaan is, kunnen we ons klaar maken om de wereld in te ‘kijken’ met onze zintuigen en ons bestaan te bevestigen in relatie met het ‘andere’. We kijken om ons heen om te zoeken waar iets interessants te zien is. Of waar iets interessants te horen is. Of waar we relaties met anderen kunnen aangaan. Zodat we in de relatie met ‘het andere’ ons huis verder kunnen vullen en van nog meer identiteit kunnen voorzien.

Schakel 6. Twee mensen die toenadering zoeken tot elkaar. Dit staat voor contact. Het gaat nog niet om echt contact (dat gebeurt pas in schakel 11), maar om ‘contact op afstand‘. We zien in de verte een schilderij dat mogelijk interessant kan zijn. Of er komt iemand voorbij waarmee we wel zouden willen praten. Of we denken over een recept dat aanspreekt. Door dat te doen versterken we onze identiteit die daarmee niet alleen op onszelf gebaseerd is maar ook op relaties met het ‘andere’. Het ‘andere’ kan elke ervaring zijn van iets buiten jezelf: mensen, dingen. De zintuigen en het mentale aspect maken contact met het ‘andere’ zodat er straks een relatie kan beginnen.

Schakel 7. Een man met een pijl in zijn oog. Dit staat voor gevoel. Waar we in schakel 6 contact op afstand gemaakt hebben, manifesteert zich hier een eerste reactie op dat gemaakte contact. Dat manifesteert zich in als eerste ervaring van pijn of plezier, als een eerste opflikkering, als ons eerste gevoel. Dat basisgevoel is intens. Dat is ook te zien in de metafoor van de pijl in het oog. Een pijl in het oog is buitengemeen gevoelig. We voelen onze relaties met de wereld zo intens en gevoelig en we zijn zo bezig met een bevestiging met het andere of gebrek daaraan dat we snel geneigd zijn ons terug te trekken in onze gewoontepatronen.

Schakel 8. Een groepje mensen die met elkaar een zoete drank van melk en honing opslurpen. Dit staat voor smachten, genotzucht. Het beschrijft de neiging impulsief te reageren op het gevoel in de vorige schakel. Wij willen graag dat gevoel versterken, zelfs als dat destructief wordt. Er ontstaat een enorme behoefte om het contact met het andere waarmee wij ons in de vorige schakel geïdentificeerd hebben, in de buitenwereld te realiseren. We moeten het gesprek met die andere aangaan. Wij moeten die maaltijd gaan koken. Het moet zo gaan gebeuren.

Schakel 9. Een man die vruchten plukt. Dit staat voor grijpen. Het is een verdere versterking van de impulsiviteit in schakel 8 en wordt een intensief verlangen om zich te manifesteren in de buitenwereld. In de metafoor plukt de man de vruchten om er zijn zakken en zijn tas mee vol te stouwen en op te eten. De emotie en de bijbehorende mateloosheid hebben hun piek bereikt. Het moet gebeuren. Het kan ook gaan over intellectueel of esthetisch grijpen.

Schakel 10. Een man en een vrouw gemeenschap met elkaar hebbend. Dit staat voor wording. De steeds sterker wordende impulsiviteit en emoties duwen ons in de 10e schakel: de vrouw wordt zwanger. De zwangere vrouw staat voor ons karma dat nu volop aanwezig is. Dit betekent dat ons eerdere smachten en grijpen onvermijdelijk leidt naar de versterking van onze gewoontepatronen die leiden tot ego-fixatie en (blinde) handhaving van pijn. We hebben geen keuze meer.

Schakel 11. Een barende vrouw. Dit staat voor geboorte. De vrucht van wat zich in de eerste 10 schakels heeft ontwikkeld manifesteert zich nu in de wereld. Een specifieke handeling heeft vorm gekregen. De geboorte kan van alles zijn: de maaltijd wordt gemaakt en opgediend, de fles wijn leeg gedronken, de ruzie begonnen, nieuw werk gestart, ….of wat betreft emoties: de boosheid, verlangen, of jaloezie manifesteren zich; of wat betreft intellect: het boek wordt nu geschreven. Of vanuit een bredere visie op het levensrad: we zijn geboren. Ons leven kan nu echt beginnen.

Schakel 12. Een man die een lijk op z’n rug draagt. Dit staat voor ziekte, ouderdom en dood. Onze in de eerste 11 schakels opgebouwde emoties (verlangens) en activiteiten geven geboorte aan nieuwe situaties die volgroeien en weer eindigen/doodgaan. Alle manifestaties zijn vergankelijk en leiden onherroepelijk tot aftakeling. Dat is één van de zekerheden. In deze schakel vindt het menselijk lijden plaats. Dat lijden ontstaat omdat we zeker weten dat wat we gecreëerd hebben ook weer stopt. Dat leidt tot onzekerheid en paniek, omdat we ons realiseren dat we ons solide ego, ons solide gevoel van bestaan, dat we in de eerste 10 schakels hebben opgebouwd, weer zullen verliezen.

Met het doodgaan eindigt de bestaanscyclus en begint een nieuwe cyclus. Als we de onzekerheid en paniek niet accepteren en vandaar uit niet zien hoe het leven werkelijk in elkaar steekt, beginnen we een nieuwe cyclus in een eerste keten met onwetendheid.

Het is goed ons te realiseren, dat de schakels 1 t/m 10 zich op het vlak van de binnenwereld afspelen. Schakel 11 is het omslagpunt naar de buitenwereld. Het grootste deel van de keten speelt zich dus binnenin ons, in onze geest af. De keten beschrijft stap voor stap, hoe een handeling met bijbehorend egobewustzijn zich ontwikkelt, tot manifestatie komt en onze bestaanscyclus in gang houdt.

boeddhistisch levenswiel - onwetendheid, begeerte en afkeer

De andere symbolen in het levensrad

  • In de binnenste cirkel staan de drie verduisteringen weergegeven: onwetendheid, begeerte en agressie/afhouden. De metaforen daarvoor zijn respectievelijk het varken, de slang en de haan. Deze drie verduisteren ons heldere inzicht en zijn de oorzaak van ons lijden (de tweede edele waarheid).
  • De tweede cirkel staat voor acties. Deze kunnen deugdzaam of minder deugdzaam zijn. Wanneer we deugdzame daden verrichten dragen we de zaden daarvan met ons mee en hebben we meer kans uit de keten van ontstaan in afhankelijkheid te ontsnappen. Dit wordt weergegeven in het witte gedeelte links waar de figuren naar boven bewegen. Het verrichten van minder deugdzame daden wordt weergegeven in het donkere gedeelte rechts, waar de (lijdende) figuren naar beneden bewegen.
  • In de derde cirkel staan de zes rijken weergegeven waar we ons in bewegen in de keten van ontstaan in afhankelijkheid. De tekening bovenin staat voor het godenrijk. Deze tekening loopt over in de tekening rechts (boven het midden) waar het jaloerse godenrijk staat uitgebeeld. De tekening rechts onder het midden en onder staan voor het hongerige geestenrijk respectievelijk het hellenrijk. De tekening links (onder het midden) staat voor het dierenrijk. De tekening links (boven het midden) staat voor het mensenrijk. De 6 rijken staan voor respectievelijk leven in onwetendheid (in genoegen, maar onwetend), jaloezie, hebberigheid, boosheid, onwetendheid (wat minder genoeglijk) en verlangen.
  • In de vierde cirkel staan de 12 schakels zoals die hierboven zijn toegelicht.
  • Het afschrikwekkende wezen dat het levensrad vasthoudt, is Yama, een symbool van de vergankelijkheid.
  • Rechts bovenin de tekening staat de Boeddha. Wanneer we naar zijn leringen luisteren, hebben we de kans uit de keten van ontstaan in afhankelijkheid te ontsnappen. Daarmee worden de derde en vierde edele waarheid gesymboliseerd (er is een uitweg uit het lijden en er is een weg om dat te doen).
  • Het symbool linksboven staat voor die bevrijding.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail