Grijswitte wolken
Hangen boven het landschap
Waar blaadjes vergaan

Hier en daar zie ik
Bomen die nog vast zitten
Aan bruine blaadjes

Een groepje vogels
Boven kale boomtoppen
Luidkeels kwetterend

winterlandschap

Deze drie haiku’s heb ik geschreven tijdens de Winterwoorden workshop van www.wonder-word.nl.

Haiku’s zijn korte gedichtjes van drie regels, waarbij de eerste en derde regels vijf lettergrepen bevatten en de tweede regel zeven. Het ritme is dus 5-7-5 (let op: niet woorden maar lettergrepen). Al lastig genoeg – tijdens het schrijven zaten we allemaal op onze vingers te tellen of een zinnetje paste of niet.

De Haiku komt uit Japan en bestaat al eeuwen. In de zeventiende eeuw is de haiku door Zenboeddhist Boshö gevormd tot de haiku zoals hier beschreven. Zenboeddhisme is een van de “strakkere” vormen van boeddhisme en het is dan ook niet verrassend dat er zeer strikte regels zijn waar de haiku aan moet voldoen.

Het boeddhisme is ook zeer nadrukkelijk aanwezig in de regels die worden gesteld. De haiku gaat over een momentopname, dus het Hier en NU. Hij gaat over de eigen waarneming van de schrijver en hoewel deze het moment niet voor niets heeft onthouden – hij of zij werd erdoor geraakt – beschrijft de haiku geen gevoelens, emoties, associaties of conclusies, maar altijd alleen de pure waarneming. De haiku heeft niet de vertellende vorm, maar is altijd in de tegenwoordige tijd – alsof het NU (opnieuw) gebeurt. Rijm is ook niet gewenst – dat leidt af. De directheid van de waarneming en het blijven bij het moment, niets meer en niets minder, past 100% in het boeddhisme en in de mindfulness.

De laatste regel is dat in de haiku één van de seizoenen of Nieuwjaar moet voorkomen. Deze regel wordt vaak los gehanteerd; velen vinden het ook goed als het element “natuur” erin voorkomt.

Een schrijfworkshop met het thema “Winterwoorden”, gekoppeld aan een boswandeling ter inspiratie, is een zeer goede gelegenheid om met de haiku te werken. Omdat het seizoen en de natuur centraal staan, maar ook omdat de winter een tijd is van rust, stilstaan en bezinning – en dat was wat er gebeurde. Allemaal hadden we al snel een paar haiku’s geschreven, maar toen we een rondje gingen doen om te kijken wie wat had geschreven bleek al snel dat iedereen – zonder uitzondering – in de valkuil was getrapt van interpretatie, vergelijking en beeldspraak. Ook ik, natuurlijk! Ik zag in dat een wolkendeken niet echt bestaat en maakte ik er snel grijs-witte wolken van. De vogels had ik “overwinteraars” genoemd, maar dat kon ik niet vaststellen door het simpele feit dat ze er waren dus daar maakte ik toch maar een groepje vogels van. En ik was begonnen met bomen die hun bladeren nog niet wilden loslaten, omdat het mij verwonderde dat er in december nog zoveel blaadjes – verdord, doods, bruin – aan de bomen waren blijven hangen. Maar het is van kilometers afstand duidelijk dat ik daar enorm met de waarnemingen op de loop was gegaan en er een heel verhaal van had gemaakt. Dus ook dit heb ik snel ontdaan van alle franje en veranderd in “nog vastzitten aan”.

Dit lijkt in eerste instantie kaal, saai, droog. Maar als je goed naar onze waarnemings-, schrijf- en denkprocessen kijkt zie je dat we allemaal, voortdurend, van alles toevoegen aan het leven zoals het is. En daar wordt het interessant. We maken er meer van dan het is – soms meer “mooi” of “poëtisch”, maar ook meer “onveilig” of “treurig”. En daar zijn we zo in getraind, dat we bijna niet meer anders kunnen. Dus is het goed om eens te kijken wat er is als we alle franje, de associaties en de emoties er bewust afpellen. Wat blijft er dan over, hoe voelt dat? Voor mij is het antwoord: rustig, vrij, open. En dat is op zichzelf een bron van vreugde – een glimlach verschijnt op mijn gezicht.

Facebooktwitterlinkedinmail